Categorieën
Coaching

Hoe een poedel genaamd Pepper mijn leven redde: Het verhaal van mijn burn-out en de weg naar herstel

Dit  is het verhaal van hoe ik in september 2019 keihard onderuit ging, in een burn-out terechtkwam en hoe een poedel genaamd Pepper met mij mijn eerste stappen zette naar herstel. Dit is mijn verhaal, een terugblik langs mijn valkuilen en een frisse blik in het hier en nu en naar de toekomst. Ik hoop dat dit ook een verhaal is van hoop en een waarschuwing mag zijn voor velen die op dit moment op hun tandvlees lopen, met hun werk, met kinderen thuis tijdens de corona-lockdown, met de onzekerheden die het leven te bieden heeft maar nu vele malen groter zijn dan we in generaties gewend zijn.

Pepper de Koningspoedel

De eerste waarschuwing

Ik neem je mee terug naar maart 2019. Ik was vroeg in de ochtend aanwezig op een advocatenkantoor aan de Zuid-as in Amsterdam. Een leuke en gewaardeerde klant waar ik een groep jonge advocaten de basis van relatiemanagement zou gaan bijbrengen. Toen ik de parkeergarage inreed voelde ik me licht in mijn hoofd. Mijn handen tintelden. ‘Niks van aantrekken,’ zei ik tegen mezelf. Gewoon doorgaan was mijn devies.

Ik ging naar boven en trok me terug op de wc. Even rustig worden. Het ijswater liep door mijn aderen. ‘Niets aan de hand,’ zei ik tegen mezelf. Nog snel even naar benden om te roken en dan beginnen. De weinige lichaamsbeweging die ik mezelf gunde op een werkdag was naar buiten om te roken. Behoorlijk ongezonde hobby.

De workshop begon. Ik probeerde rustig over te komen, maar van binnen stond ik in brand en bevroor ik tegelijkertijd. Ik kreeg maar de helft mee van wat de deelnemers tegen me zeiden. Onder de tafel zat ik met mijn smartwatch mijn hartslag te bekijken. 120-130 slagen in rust. Niet normaal. Ik raakte in paniek. Mijn hoofd werd licht. Ik deed wat ik nooit had verwacht dat ik zou doen. Ik verontschuldigde me, liep naar de receptie en vroeg om een ambulance. Ik was toen 44 en had geen geschiedenis met hartklachten, maar ik was bang dat dit er een was: een hartaanval.

Het VUMC is op de Zuid-as, dus de ambulance was zeer snel ter plekke. De broeder en zuster ontfermden zich over mij. Mijn bloeddruk, zuurstofgehalte en hartslag werden gemeten. Niks aan de hand, althans, geen hartaanval. Wel hyperventilatie en verlamd door angst. “U bent wel wat zwaar meneer en ik ruik dat u rookt. Dat zijn welrisicofactoren,” sprak de ambulancezuster me streng toe.

Ik meldde me ziek en nam een week rust, alle afspraken, coachings en workshops uit mijn agenda. Een week rust, dát zou wel genoeg zijn.

Ik veranderde niks aan mijn gedrag, ik rookte een pakje per dag en mijn beweging was niet meer dan naar buiten om te roken of op en neer lopen naar de school van mijn kinderen (als ik daar al de tijd voor nam.)

De maanden na maart werden nog drukker, ik had dagen dat ik begon in Groningen (ik woon in Hilversum) en de avond afsloot in Eindhoven. Thuis was ik alleen lijfelijk aanwezig, ik was op zijn minst ongezellig naar mijn vrouw en mijn kinderen.

In de zomer van 2019 ging ik op vakantie in Italië. De plek waar ik me altijd volledig op mijn gemak voel, in balans ben en tot rust kom.

Het strand van Domaso, Lago di Como, Italië

Begin augustus pakte ik de draad weer op. Waar de zomer voor veel mensen een rustige periode is, zat ik toch weer vol met werk. Na maanden aandringen bij mijn directie, mocht ik eindelijk iemand aannemen voor in mijn team om werk van mij over te nemen. Ik had meer opdrachten dan tijd.

Op 1 september begon mijn nieuwe collega. Alleen nog even een paar maanden inwerken, en dan zou ik eindelijk weer meer ruimte hebben in mijn agenda. Ik negeerde vrolijk alle signalen die mijn lichaam me probeerde te geven. Ik kreeg regelmatig hoofdpijnaanvallen.

Op zondag ingecheckt in een hotel in Eindhoven om maandagochtend bij een nieuwe klant een workshop te geven. Ik ging naar bed met migraine, heb ’s nachts een paar keer in de badkamer van mijn hotelkamer mijn maaginhoud eruit gegooid (kwam vast door de saté, vertelde ik mezelf).

Klant afgebeld, klant teleurgesteld, ik vol met schaamte.

De Ontkenning

Die dag ging ik naar de huisarts: “Ik ben bang dat ik een burn-out heb,” zei ik. Ik vertelde over mijn symptomen. Het advies: afschalen, rustig aan doen, misschien naar een psycholoog.

Een psycholoog? Waarom? De huisarts begrijpt me niet. Daar heb ik helemaal geen tijd voor! Ik móét door, en rustig aan doen kan ook niet. Mijn directie ziet me aankomen! Alexander gaat even rustig aan doen! Er staan drie grote nieuwe programma’s op punt van beginnen! Alexander gaat rustig aan doen! Die huisarts spoort niet!

Al deze gedachten vlogen door mijn hoofd. Ik wilde het gesprek niet aan met mijn directie (ik durfde het gesprek niet aan met mijn directie). Wat als ze me ontslaan omdat ik rustiger aan moet doen? Wat als ze mijn contract niet verlengen dat op 1 januari afloopt. Doorgaan Alexander, gewoon doorgaan.

En ik ging gewoon door. In Almere heb ik tijdens een teamcoaching een coachee volledig afgefakkeld (sorry nog daarvoor, je weet wie je bent als je dit leest). Gas erop, klaar met smoesjes en excuses, beet ik hem toe.

Die middag, door naar Eindhoven. Een avondsessie tot 22.00 uur en dan door naar Heerlen om een hotel in te gaan voor de volgende dag. Ik belde mijn vrouw. Ik voelde me rot. Ik was de controle kwijt. Alleen nog even dit programma opstarten en dan ga ik rustiger aan doen, vertelde ik haar.

De crash

De volgende ochtend in Heerlen. Een intake met een nieuwe coachee. Het ijswater liep weer door mijn lijf, het stroomde mijn hersenpan in. Ik kreeg kortsluiting, ik nam niks meer op, ik wilde nog maar één ding: Weg hier! Weg hier!

Ik informeerde mijn nieuwe collega die mee was om ingewerkt te worden dat ik me niet goed voelde. Daarna nam ik de benen. Naar buiten. Roken. Ik werd maar niet rustig. Ik belde mijn vrouw: ‘Ik kan het niet meer, ik ben op, ik ben kapot,” de tranen kwamen. Ik liep helemaal leeg. Mijn vrouw zou met de trein uit Utrecht komen om mij en mijn auto op te halen. Ik was leeg. Gebroken, voorbij schaamte. Het interesseerde me allemaal helemaal niets op dat moment wat Jan en alleman er van zou vinden.

Ik rookte mijn laatste sigaret, geen sigaretten meer. Bietsen bij iemand op straat. Nog een sigaret. Ik dacht weer terug aan maart in Amsterdam. Toch een hartaanval? Nee dat kon niet, toch?

Na twee uur kwam mijn vrouw. Ik omhelsde haar, ze reed me naar huis. Ik was leeg. Thuis kroop ik in bed. Ik wilde even niemand spreken. De telefoontjes van mijn directie drukte ik weg. Ik kon niks meer en ik wilde niks meer.

Burn-out

Als iemand ooit zegt dat een burn-out niet bestaat, heeft ‘ie er zelf nooit een gehad. Ik sliep, als ik wakker was piekerde ik, weer een week vrij nemen? Of twee weken? Dan kan ik toch weer aan de slag? Klanten belden, ik drukte ze weg. Klanten mailden, ik stuurde de mailtjes door naar het secretariaat of naar de directie. Er volgde een afspraak met een bedrijfsarts: burn-out, time-out dus.

Een paar weken rust? Een maandje rust? Dan kan ik er toch weer tegenaan? Nee: was het antwoord van mijn vrouw, de bedrijfsarts, mijn directie, mijn familie, mijn vrienden.

Ik mocht niet meer communiceren met mijn klanten van mijn directie. Ze mochten niet weten wat er aan de hand was. Burn-out mocht niet uitlekken naar mijn klanten. Ik gehoorzaamde, bang voor conflict, bang dat mijn contract niet verlengd zou worden.

Dat contract? Dat werd niet verlengd. Ik kon niet snel genoeg meer “leveren” bij onze klanten. Ik kon niet “productief” zijn. Alle klanten waren nu overgenomen door de directie of door externen (nu wel, niet toen ik het het meeste nodig had.)

Pepper de Poedel

Op een zaterdagvond in de herfstvakantie zat mijn vrouw (weer) te zoeken naar een hypoallergene hond. Ze vond er een. Pepper de Koningspoedelpup. Ze belde met de fokker. We konden zondagmorgen komen kijken. Ik wilde al heel lang weer een hond. Onze vorige hond was al 10 jaar dood. Toen hij dood ging ontdekte ik dat ik eigenlijk allergisch was. Ik had geen medicatie meer nodig voor mijn longen (ik rookte toen al een paar jaar niet meer, tijdens WK 2010 in de halve finale weer begonnen. Dom).

We gaan morgen kijken, waar moeten we heen? Noord-Oost Groningen, 2,5 uur in de auto.

We gingen, het hele gezin, mijn twee jongens van toen 4 en 11, mijn vrouw en ik. Na lang rijden kwamen we aan. Een boerderij langs een spoorweg. Daar zat hij. Pepper. Er was gelijk een klik tussen mijn jongste zoon en Pepper. De rest van het gezin was 10 seconden later ook smoorverliefd. Lieve, vrolijke Pepper. We handelden de formaliteiten af en namen Pepper mee naar huis. Op weg naar huis deden we allemaal stemmetjes, alsof we Pepper waren, met een Gronings accent.

Ik had mezelf, en mijn gezin, beloofd om te stoppen met roken als we Pepper hadden. Ik wilde de kans minimaliseren dat, mocht hij toch ietsje minder hypoallergeen zijn, ik weer last van mijn longen zou krijgen. Ik rookte op een parkeerplaats onderweg mijn laatste sigaret.

Naar buiten en lopen, terug naar de natuur

De dagen en maanden die volgden waren Pepper en ik onafscheidelijk. Hij gaf me ritme en structuur. Eerst, als pup, 5 tot 7 korte wandelingen per dag. Op tijd uit mijn bed, een pup doet niet aan uitslapen. Hoe groter Pepper groeide, hoe langer de wandelingen werden. Lekker op de hei in Bussum, in het park hier in de Hilversumse Meent. Wandelen met Pepper betekende ook goed letten op zijn lichaamstaal. Wat wil hij, wat gaat hij nu doen? Het betekende ook letten op mijn lichaamstaal en mijn energie. Boos worden en Peper luistert niet meer, vanuit rust en duidelijkheid krijg ik meer van hem gedaan (werkt overigens ook bij kinderen 😉 )

Hoe heb ik alles laten gebeuren?

Wandelen met Pepper betekende ook veel tijd voor reflectie. Lopend nadenken over hoe ik alles had laten gebeuren. Hoe mijn angst voor conflict me had verhinderd om mijn grenzen te stellen. Hoe mijn angst voor verlies van mijn baan me had geleerd de signalen van mijn lichaam – compleet – te negeren. Hoe ik mezelf had aangeleerd dat boos en bang de enige emoties waren die ik nog toeliet. Maar omdat ik me afsloot voor het hele rijke pallet aan emoties sloot ik me ook af voor vreugde, plezier, verdriet, liefde, kameraadschap. Ik had mezelf, en daarmee mijn omgeving, tekort gedaan.

Ik had niet voor mezelf gezorgd en daardoor ook niet voor mijn gezin en uiteindelijk ook mijn klanten. Ik wist wel heel goed hoe het moest. Ik had veel coachees die tegen een burn-out aan zaten. Ik stuurde ze opbeurende tips en adviezen, geleide meditaties, boeken over mindfulness. Ik had alleen zelf niet gedaan wat ik mijn klanten wel adviseerde. Ik was een beroerde coach voor mezelf. Ik had hulp nodig.

De psycholoog en de coach

Ik kreeg hulp. Van een fantastische psycholoog uit Hilversum die me niet weg liet komen met mijn rationalisaties. Mijn herhaalde pogingen om NIETS te hoeven voelen. Ik ging weer voelen. Ik ging zelf weer mediteren. Ik ging zelf de boeken herlezen die ik anderen aanbevolen had en kocht twee meter aan nieuwe boeken. Ik verdiepte me in interpersoonlijke neurobiologie, in de theorie van de Nervus Vagus, in positieve neuroplasticiteit, traumabehandeling, pubers, hersenontwikkeling van kinderen tot en met adolescentie. Ik volgde online seminars. Ik hervond het contact met mijn diepste zelf en met dierbaren om me heen. Ik wilde weer verder.

Als een straal licht kwam mijn coach Sylvie in mijn leven. Ze hielp me met het hervinden van mijn levensmissie, ze hielp me in dialoog te gaan met mijn innerlijke gids. Ik maakte plannen, eerst in mijn hoofd. Ik las nog meer, ik volgde nog meer online seminars en summits. Ik wilde een happy giraffe zijn. Het idee waarmee ik in 2012 in eerste instantie voor mezelf begon, maar wat ik inruilde voor de identiteit van mijn latere werkgever waar ik eerst 5 jaar als zzp-er voor werkte.

Ik zette kleine stapjes. Ik rookte niet meer, door wandelen met Pepper was ik al 10 kilo kwijt (ondanks het stoppen met roken, waar veel mensen van aankomen). Ik registreerde een website. Spannend! Weer een stapje gezet. Ik las nog meer, mediteerde, had heel veel lol, liefde en warmte met mijn gezin en kwam steeds dichter bij mijn missie: een happy giraffe zijn.

Ik schreef me in bij de KvK, ik opende een zakelijke bankrekening, ik liet een website bouwen. Een super enthousiaste beginnende grafisch ontwerper ontwierp mijn nieuwe logo.

November werd december, ik begon oude contacten te informeren. December werd 1 januari 2021. De wedergeboorte van Happy Giraffe Coaching. Ik wil er zijn voor kinderen & tieners die hulp nodig hebben met sociaal emotionele vaardigheden. Ik wil er zijn voor volwassenen op zoek naar hun balans tussen hoofd, hart en lijf. Ik wil er zijn voor bedrijven om hun mensen te helpen om hun zakelijke doelen te halen en succesvol te zijn in het werk waar ze met passie en bezieling voor gaan. Ik wil er zijn met mijn nieuwe rugzak vol met persoonlijke ervaringen, nieuwe kennis van het brein en relatie tot je lijf en met mijn oude kennis en kunde om mensen te helpen om de meest succesvolle versie van zichzelf te zijn.

Happy Giraffe Coaching

Ik ben er nu. De Happy Giraffe, samen met Pepper de Poedel. Ik kan alleen niet altijd, ik wil wandelen met Pepper, genieten met mijn gezin, mijn vrienden en dierbaren. Ik wil verder met lezen en seminars en opleidingen. Maar als we onze agenda’s naast elkaar leggen vinden we vast wel een opening waarin we allebei kunnen. Met aandacht voor jou, zonder mezelf te vergeten. Bel je me op 06 27 650 310 of mail je me op alexander@happygiraffe.nl ? Ik ben er graag voor je, op weg naar balans. Op weg naar persoonlijke groei.

Alexander Hilberts – Happy Giraffe Coaching

Over Ons

Contact

Business coaching

Persoonlijke transformatie

Kinderen en tieners

Pepper, mijn vrouw Isabelle en ik op het strand van Scheveningen in januari 2020